Dragtstra, Karst is geboren op 12 dec 1920 in Steenwijk; is gestorven in 1998 in Zaandam.
Andere gebeurtenis soorten en attributen:
Beroep: Chauffeur (1946)
_UID: 3BA7BF0FA80A4A1A9C9DB7A8045E83BD0074
Aantekeningen:
Getuige bij het huwelijk is zijn broer Engbert Dragtstra.
Tijdens de meidagen verdedigde Karst Dragtstra als militair de Afsluitdijk. Vlak na de bezetting ging hij werken als chauffeur bij transportbedrijf “Roeles” op de route tussen Steenwijk en Amsterdam. Dragtstra raakte betrokken bij het verzet. In een Amsterdams cafe ontmoette hij regelmatig een contactpersoon, waarbij beide zich identificeerde door ieder de helft van een door tweeën gescheurde kalenderplaat op tafel te leggen. In de laadruimte van zijn vrachtwagen vervoerde Dragtstra onderduikers die hij meenam richting Friesland. Tweemaal werd hij door de Duitsers aangehouden. De eerste keer ‘s nachts aan de Friese zijde van de Afsluitdijk. Met een klopsignaal waarschuwde Dragtstra de onderduikers die vervolgens uit de vrachtwagen konden wegvluchten. De tweede keer moest hij mee naar een wachtpost om zich te melden bij een Duitse officier. In mei 1943 ontving Dragtstra een oproep voor de Arbeitseinsatz. Hij moest zich in Amersfoort melden, maar sprong voor aankomst uit de trein en dook onder op een adres op het Singel in Amsterdam. Na zijn onderduik ging Dragtstra weer chauffeuren voor Roeles, en organiseerde hij met een groep Steenwijkers voedseltransporten naar het westen. In Steenwijk was hij bevriend met de familie Slager, een Joodse slagersfamilie, die in de tuin van zijn ouders aan de grote paardenmarkt illegaal een koe slachtte. Dragtstra had drie broers die de Arbeitseinsatz ontliepen. Een door onder te duiken, een ander door zijn werk bij de Nederlandsche Spoorwegen, en de derde vanwege zijn te jonge leeftijd. De vader van Dragtstra, een Steenwijkse politieagent, werd in 1942 afgekeurd door zichzelf met opzet te verwonde. Na de oorlog trouwde Karst Dragstra met Catharina Visser, met wie hij in mei 1943 was verloofd. In mei 1946 vertrok hij als dienstplichtig militair met het schip “M.S. Kota Inten” naar Nederlands-Indië. In 1948 keerde hij terug.